SOS voor biologische melkveehouders

Save      Organic  Sector

Verzoek Vrijstelling

Aan het ministerie van LNV


30 april 2018


Geachte minister Schouten,

De problematische situatie in en de bijzondere positie van de biologische melkveehouderij is voor ons serieuze aanleiding om het ministerie van LNV een Vrijstelling te verzoeken. 
De belangen van en de toekomstperspectieven voor de biologische (melkvee)sector worden ernstig geschaad sinds de invoering van het Fosfaatstelsel op 1 januari 2018. Zeker de helft van de biologische melkveehouders zit in financiële problemen, waarvan een deel op het randje van faillissement staat of al onvrijwillig gestopt is. De sector was juist groeiende door de toegenomen vraag in Nederland en Europa naar biologische zuivel en kaas. Die helft investeerde in grond en stalruimte en hebben nu het nakijken met halfvolle stallen en lege hectares, terwijl hun financiering gebaseerd is op een vollere stal (x-aantal koe-plaatsen) en hectares. Algemeen probleem: het niet kunnen benutten van de mestplaatsingsruimte op bedrijfsniveau van maximaal 170 kg stikstof en 70 kg fosfaat per hectare verstoort het bodem,-plant en diersysteem. Op bedrijf –en sectorniveau ontstaat een mesttekort in met name de biologische melkveehouderij, de akkerbouw en groenteteelt. Deze bedrijven zijn voornamelijk afhankelijk van biologisch geproduceerde, dierlijke mest. Zij kunnen geen kunstmest of andere niet-natuurlijke hulp -en meststoffen inzetten. Om de latente ruimte te kunnen bemesten, moet een biologisch melkveehouder fosfaatrechten kopen om op die manier een aantal dieren meer te houden en de mestproductie te verhogen. 

Het investeren in fosfaatrechten verhoogt de kostprijs onverantwoord met €0,16 per liter melk. Deze kosten kunnen niet worden doorgerekend aan de afnemer/zuivelbedrijven. Bovendien geldt voor veel melkveehouders dat de huidige financieringslast dusdanig is dat daarboven op het financieren van fosfaatrechten onverantwoord is.

De biologische melkveehouderij is in staat stabiel en efficiënt te produceren: met 50% minder uitspoeling van nitraat dan gangbare bedrijven, meer organische stof (door koolstofbinding en dus CO2-vermindering) en een stabieler bodemvoedsel-web.
Biologische melkveebedrijven kunnen geen gebruik maken van derogatie.
En daar zit het pijnpunt: de derogatiebeschikking staat alleen in dienst van de gangbare en intensieve (melk)veehouderij. De fosfaatwet is een kader om de mestproductie te reguleren. Gangbare mestproductie wel te verstaan. Van biologische mest is een tekort. Een tekort dat zal toenemen door de Fosfaatwet. In die zin bereikt deze wet voor de biologische sector het tegenovergestelde. Dat vinden wij onevenredig en niet proportioneel.

De biologische productie is een alomvattend systeem van landbouwbeheer en levensmiddelenproductie waarbij de beste praktijken op milieugebied worden gecombineerd met een hoog niveau van biodiversiteit, de instandhouding van natuurlijke hulpbronnen, de toepassing van strenge normen op het gebied van dierenwelzijn en een productie die is afgestemd op de voorkeur van bepaalde consumenten voor producten die worden vervaardigd met natuurlijke stoffen en procedés. Best Practices. De biologische productie speelt aldus een tweeledige rol in de samenleving, omdat zij zorgt voor enerzijds een specifieke markt als antwoord op de vraag van de consument naar biologische producten en anderzijds collectieve voorzieningen die bijdragen tot de bescherming van het milieu en het dierenwelzijn, alsmede tot de plattelandsontwikkeling.

Van de totaal circa 18.000 melkveebedrijven in Nederland zijn circa 450 melkveebedrijven als biologisch gecertificeerd. Zij voldoen aan de Europese Verordening. De biologische landbouw is geen niche meer, maar een volwaardige sector die de kans moet krijgen zich verder te ontwikkelen. Actueel is de op 20 april 2018 aangenomen nieuwe EU Verordening voor de biologische sector in Straatsburg. Het Europese Parlement stemde met een ruime meerderheid voor de nieuwe Verordening, die in 2021 in werking treedt. Belangrijk onderdeel daarin is het appél op nationale overheden binnen de EU om de biologische productie in hun land te stimuleren… Dit appél staat ook al in de huidige Verordening.

Door het betrekken van de biologische melkveehouders in de Fosfaatwet ervaren wij een strijdigheid met de huidige en nieuwe EU Verordening over biologische productie. (Verordening EG nr.889/2008 en nr.834/2007) [1] . Het communautaire wettelijke kader voor de biologische productie is juist gericht op het verzekeren van eerlijke concurrentie en een goede werking van de interne markt voor biologische producten. Voorts zorgt de Verordening, het beleidskader, ervoor dat onze sector verder kan ontwikkelen in overeenstemming met de productie- en marktontwikkelingen. De belangrijkste meerwaarde in de Verordening betreft de invoering van één set regels die in de hele EU voor de volledige biologische sector geldt. Het belasten van Nederlandse, biologische melkveehouders met een kostbaar Fosfaatstelsel creëert een ongelijk speelveld, een verstoring van de interne markt t.o.v. de biologische EU-collega’s. De vraag naar biologische zuivel blijft stijgen. Het ongewenste gevolg van het huidige beleid (fosfaat) is dat de Nederlandse biologische zuivelsector stagneert in haar ontwikkeling en biologische zuivel geïmporteerd moet worden om aan de binnenlandse stijgende vraag te kunnen voldoen. Dit staat ver af van circulaire landbouwproductie en benutten van het biologisch potentieel dat in Nederland aanwezig is.

Overschrijden fosfaatplafond
Wij vinden het niet terecht dat biologische melkveehouders mede verantwoordelijk worden gehouden voor het overschrijden van het Fosfaatplafond in 2015 en 2016 waardoor de Fosfaatwet is ingesteld en in werking is getreden.
Kijkend naar de achtergrond van de Nitraatrichtlijn en de eerdere derogatiebeschikking (en het huidige derogatievoorstel) beogen beiden om verontreiniging van grondwater te voorkomen. Biologische boeren dragen structureel niet bij aan die verontreiniging, omdat zij altijd ruim onder de normen van de EU-Nitraatrichtlijn produceren. (Als alle veehouders biologisch gaan werken, zou Nederland voldoen aan alle Europese eisen…!) Dit houdt voor het gebruik van dierlijke mest in, dat deze niet boven de Nitraatrichtlijn van 170 kg N/ha uit mag komen. 
Dit komt bij biologisch rundveemest overeen met gemiddeld 70 kilo fosfaat per hectare. De EU gebruikersnorm voor grasland is hoger, namelijk tot 100 kilo fosfaat per hectare. Een biologische melkveehouder blijft daar met rundveemest dus altijd ruim onder. De biologische melkveehouderij heeft als geheel dan ook geen mest – en fosfaatoverschot (veroorzaakt).
Wij vinden dat het betrekken van de biologische melkveehouderij in de Fosfaatwet ingaat tegen het GLB-beleid. De biologische melkveesector is daardoor feitelijk begrensd en wordt onevenredig belast met een kostprijsverhoging (aankoop fosfaatrechten), terwijl deze sector bewezen positief bijdraagt aan het milieu en aan duurzame voedselproductie. Zowel de Eurocommissie Milieu als de Eurocommissie Landbouw hebben circulaire landbouw hoog op de agenda staan. Ook het huidige Regeerakkoord in eigen land stuurt in de Landbouwparagraaf aan op het belang van circulaire landbouw en de wens van het Kabinet ontwikkelingsrichtingen en initiatieven hiertoe ten volle te steunen.

Wij menen dat er voldoende gronden zijn die een Vrijstelling binnen het Fosfaat-rechtenstelsel voor de biologische melkveehouders rechtvaardigen. 

VRIJSTELLING
De biologische melkveehouders verzoeken als collectief om een Vrijstelling op grond van artikel 38, lid 1 van de Meststoffenwet. Wij hopen van harte dat het ministerie zich openstelt om dit verzoek samen met ons te bespreken en te realiseren.

EUROPESE COMMISSIE
Wij verwachten dat de Europese Commissie positief staat tegenover een Vrijstellingsregeling voor de biologische melkveehouderij. Zeker omdat deze sector ruim binnen alle Europese richtlijnen produceert; niet deelneemt aan derogatie (waar productie onder het fosfaatplafond een onderdeel van is); de sector voorsorteert op de GLB-doelen en de nieuwe EU Verordening biologische landbouw. Een ander niet onbelangrijk argument: de biologische sector is niet betrokken bij de mestfraudezaken, die benoemd zijn door de EU Commissie in relatie tot de nieuwe en daardoor kortere derogatiebeschikking. Wij merken dat juist een sector met mest(fosfaat)tekort steun en sympathie vindt binnen de EU.

Wij zien uit naar een vervolggesprek om de mogelijkheden, de contouren en de voorwaarden van een Vrijstellingsregeling met elkaar te bespreken.


In afwachting van een uitnodiging,

met vriendelijke groet,

SOS-groep biologische melkveehouders

 

[1] Verordening (EG) nr. 889/2008 van de Commissie van 5 september 2008 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten, wat de biologische productie, de etikettering en de controle betreft.